Kan het bedrijfsleven leren van de sportcoach?
Guus Hiddink, Foppe de Haan, Jacco Verhaeren, Marc Lammers - wie kent hun namen niet? Wie succesvol is in de arena krijgt de heiligenstatus erbij cadeau, coaches worden nog harder bejubeld dan de sporters zelf. Dat zegt iets over onze preoccupatie met leiderschap. Met een goede leider, zo is de heersende gedachte, komt het succes vanzelf.
Het bedrijfsleven adopteert graag metaforen uit de sportwereld, en veel (oud-)sporters en -coaches vinden emplooi als gastspreker. Kan het bedrijfsleven inderdaad afkijken bij een succesvolle coach?
Stellen we eerst een andere vraag. Wat maakt iemand een goede coach? Iemand die zichzelf goed kent, zichzelf daardoor goed kan bijsturen, en daarmee een goed voorbeeld is voor zijn spelers, zegt Peter Murphy. De van oorsprong Canadese Murphy was zelf een succesvol volleybalcoach en is tegenwoordig verantwoordelijk voor het MasterCoach-programma van NOC-NSF, een opleiding voor topcoaches. Hij introduceerde midden jaren negentig de Myers-Briggs Type Indicator (MBTI) in de sportwereld, een persoonlijkheidsvragenlijst die ook in assessments veel gebruikt wordt. De MBTI onderscheidt mensen op grond van hun gedragsvoorkeuren in zestien persoonlijkheidstypen. Die worden uitgedrukt in een combinatie van vier letters, telkens een keuze uit tegengestelde voorkeuren: Extraversion-Introversion, Sensing-Intuition, Thinking-Feeling, Judging-Perceiving.
Waar het bij de typering uiteindelijk allemaal om draait is: ‘Met elk model kijk je door een rietje naar de werkelijkheid. Het is niet bedoeld om mensen in een hokje te duwen, maar om hen beter te begrijpen.’ En daardoor beter te kunnen coachen. ‘Tien, vijftien jaar geleden had je nog veel Be Like Me-coaches. Die redeneren: ik heb het altijd op deze manier gedaan, dus de sporter moet het ook zo doen. Terwijl een topcoach zich veel meer op de sporter moet afstemmen, omdat die centraal staat. Ik zeg altijd: de sporter is de universiteit, de coach is de leerling. De sporter heeft namelijk alles al in huis. Het enige wat de coach nog moet doen is faciliteren en de taal van de sporter leren spreken, zodat het talent wat erin zit tot volle wasdom kan komen.’
Murphy heeft veel navolgers in Nederland. Foppe de Haan werkt er bijvoorbeeld mee bij Jong Oranje.
Voorbeeld van een goede coach die nog niet in het pantheon is opgenomen is Robin van Galen, de coach van de dameswaterpoloploeg. ‘Hij heeft de gedrevenheid om iets te willen bereiken, maar wil dat nadrukkelijk samen met het team doen - wanneer een coach het alleen voor zijn eigen eer en glorie doet, prikken de meeste spelers daar wel doorheen. Hij heeft geleerd op het team te vertrouwen en dus zijn behoefte aan controle los te laten. En hij maakt gebruik van de kennis van anderen, is als het ware de manager van allerlei specialismen.’
Die open stijl van coachen zie je vooral terug bij de amateursporten en niet bij de professionele sporten voetbal en tennis. Daar is de stijl van leidinggeven - de uitzonderingen daargelaten - nog erg autoritair. ‘Een goede coach is alleen autoritair wanneer het moet. Op andere momenten is hij democratisch, ofwel van het laissez-faire. Hij kan zijn stijl aan de situatie aanpassen; dat is situationeel leidinggeven.’
Lees het hele artikel van intermediair.
Wil je meer weten over MBTI, klik hier.
Sociale Netwerken